Hylandertour naar Duitsland
  13 tot en met 21 oktober.

 

 

Met de Hylander Caravan Club naar Duitsland.

Al weken keken Joke en ik er naar uit. Met de Hylanders voor de najaarsreis naar Duitsland. Wij hadden nog heel goede herinneringen aan de najaarsreis van twee jaar geleden, ook naar Duitsland.
Het plan was om op donderdagmiddag/avond de caravan uit de stalling te halen en dan vrijdagochtend te vertrekken, maar ja, het werk liet helaas niet toe om de caravan op tijd uit de stalling te halen. Dat werd vrijdagochtend, en daar ik door het vele werk van de weken voorafgaande aan ons vertrek toch wel vermoeid was, besloten we eendrachtig om pas op zaterdagochtend te vertrekken. Dat was een vergissing, zoals ons later duidelijk zou worden.

Dan de zaterdag. Alles was gereed om te vertrekken, en zo gingen we kort na tien uur op weg. Alles ging uiterst voorspoedig. We waren reeds dicht bij Essen toen Joke zei om vlak na Essen even te stoppen voor een lunchje. Ze had voor dit doel brood en beleg bij zich in de caravan. Ja, en toen Essen, daar hadden onze Oosterburen besloten dat het recht tot wegenonderhoud niet alleen in Nederland geldt, maar dat zulks ook in Duitsland moet gebeuren. Dit met gevolg dat we zo ongeveer twee uur in de bij de deelnemers aan de najaarsreis intussen bekende tunnel in de file gestaan hebben.

Goed, uiteindelijk kwamen we dan toch op de camping aan, waar wij natuurlijk prompt verkeerd reden, althans dat dachten we, omdat wij via de achterzijde van de camping naar binnen kwamen. We werden aansluitend snel op onze plaats geholpen. Mooie plaatsen, echter typische seizoenplaatsen, met voor de caravan een betegelde of betonnen vlonder waarop normaal wel voortenten zullen staan. Nu ja, dan hebben we ook geen vuile schoenen en voeten in het geval het gaat regenen, dachten we. Stroom aangesloten, gaskraan opengedraaid, watertank gevuld en dat soort zaken, terwijl Joke binnen alles aan kant bracht en het bed vast opmaakte.
Daarna even zitten, iets eten en drinken en dan eens rondkijken wie van de aanwezigen bij ons bekend waren, alhoewel we hadden al wat aanloop gehad. De diverse goede wensen waren al in ontvangst genomen en wat is het toch leuk bekenden weer te begroeten. Datzelfde gevoel hebben we ook bij de andere caravanclub waar we lid van zijn, maar het blijft een leuke ervaring. ‘s Avonds na het eten gingen we naar het praathuis (zoals ik het soort kantine was gaan noemen) en hebben we daar onze drankjes genuttigd en bijgepraat en natuurlijk veel UNO gespeeld.
Op zondag, dinsdag, woensdag en vrijdag hebben we achtereenvolgens aan de excursies deelgenomen naar het Westfaals Openluchtmuseum (erg leuk, en men verkocht daar erg lekkere metworst en bratwurst), Villa Hugel (waar we gehoord hebben dat de familie Krupp oorspronkelijk uit Nederland kwam en dat de meeste mannelijke leden van de familie Krupp niet erg oud zijn geworden), het Duits Mijnbouwmuseum in Bochum (waar enkele leden niet meer exact wisten waar hun echtgenotes waren, dus al etend hebben zitten wachten tot de dames zich weer meldden), en de stad Wuppertal. (Die Schwebebahn is echt een oplossing, geen tramkruisingen meer e.d. – erg leuk).

Wij zijn daarna iedere avond na het eten, wat we dikwijls in Hattingen gingen nuttigen, in het praathuis geweest en we hebben daar zelfs de teleurstellende voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal kunnen volgen.
Op zaterdag hebben we nog samen met Jan & Martha Kuijer een bezoek ingelast aan het scheepsliftcomplex in Henrichenburg/Waltrop. Wij vonden het erg interessant en we hebben daar het grootste deel van dag doorgebracht. Wij vonden het een geslaagde dag. Diegenen die geen bezoek aan dit complex hebben gebracht kunnen op de website www.schiffshebewerk-henrichenburg.de dit complex nader bekijken.
Op zaterdagavond hebben we dan met ons allen een warm buffet gegeten. Er was voldoende voor iedereen en het smaakte uitstekend. Na de maaltijd ging een aantal vast naar bed, terwijl er toch ook weer speelkaarten te voorschijn getoverd werden en diverse spelletjes werden gespeeld, UNO en nog een kaartspelletje waarvan ik de naam kwijt ben.
We hebben dus een heerlijke week gehad, met eigenlijk best nog mooi weer. Woensdagmiddag en de donderdag waren af en toe nat en een aantal van ons moest in de regen vertrekken, maar ja, dat kun je in oktober natuurlijk ook verwachten.
Rest eigenlijk nog om de organisatie, te weten Willy & Henry van der Most en Ria & René van der Klooster, te bedanken voor alle moeite die ze gedaan hebben om de deelnemers aan de najaarsreis van de Hylander Club tot een succes te maken.
Wij gaan in ieder geval proberen om aan een volgende najaarsreis ook weer deel te nemen.

  Ahoi Hylanders!
Ahoi, klinkt als een groet vanuit de vroegere scheepsvaart: varenslieden die tijdelijk van elkaar afscheid namen, tot een opnieuw samenkomen voor een nieuwe reis. Dit zou dus ook toepasselijk kunnen zijn voor de Hylanders. Het gaan en komen voor een nieuwe reistrip, want wij kennen elkaar en zien elkaar regelmatig terug voor en na een nieuw avontuur.
Zo was het dus ook weer met de laatste reis. Een goed voorbereide reis naar het Ruhrse. Al moet ik bekennen daar een beetje sceptisch tegen aan te hebben gekeken. Het Ruhrgebied kwam onmiddellijk vanuit mijn achtergrond, vroeger op school meegekregen, als één groot vervuilend industriegebied, waarvan veel rotzooi in ons kikkerlandje terecht kwam. En waar je op weg naar zuidelijke vakantieoorden zo snel mogelijk doorheen reed. Maar ja Hylanders, de wereld draait door, technieken veranderen en ook onze oosterburen kwamen er achter dat recreatie steeds belangrijker wordt, en dat hebben zij goed ingevuld. Vroeger smerige rivieren, nu gebruikt als recreatie wildwatervaren, zeilen, vissen, en prima om met de fiets op acceptabele fietspaden “der RuhrtalRadweg” andere plaatsjes te bezoeken. Er was en is veel te zien. Een leuk openluchtmuseum, samengesteld uit een variatie van de werkende gemeenschap, papierproductie, een bakkerij, een smederij, een drukkerij, een opticien, een klokkenmaker, een kapsalon, en dat gaat zo maar door. En dat allemaal uit de laatste eeuw, soms nog eerder. Vroeger hing dat aan de schoolmuren, grote gekleurde prenten die via touwen en een katrol regelmatig van klaslokaal werden verwisseld. Een dagje Wuppertal met een hangende zweeftrein, al meer dan honderd jaar oud, de enige en nog steeds in functie, in Europa. Leuk hoe destijds al werd gedacht, hangende boven het water door de hele stad, geen verkeersproblemen, maar ook een overzicht hoe het niet moet. Direct zichtbaar is de verpaupering die toeslaat als er geen onderhoud aan gebouwen wordt uitgevoerd. Van het oude Ruhrgebied, oude economie, is nog duidelijk zichtbaar dat deze stad zeer ingesteld is op de middenstand, en dat de overheid het niet zo nauw neemt met de openbare hygiëne. En dan het hart van het Ruhrgebied, de kolenmijnen. Je kon het zien en proeven, het was echt waar, het was niet altijd romantisch, hard en gevaarlijk, lange werkdagen, slechte sociale voorzieningen voor de kompels met gezinnen. De manier van delven mag dan in de loop der eeuwen met de tijd zijn meegegaan, maar productie stond voorop, en sociaal werd er pas wat gedaan als de productie in gevaar kwam. De mijnwerkers kregen dan een huisje met een kolenkast waar zij de kleding kwijt konden en later een kamertje vanwege de grote gezinnen. Douchen deed men gemeenschappelijk in een grote ruimte van de mijn waar ook de werkkleding aan een touw naar het plafond werd gehesen. Thuis was het in de tobbe. Later werd dit ook verbeterd, de mijnindustrie was dan ook al aan het einde. Het laatste mijnpaard Tobias was nog werkzaam in 1984. Nu is de mijn een Europees cultureel museum waar dagelijks duizenden bezoekers kunnen proeven hoe het er in werkelijkheid aan toeging. Van de ene klasse naar de andere werd de confrontatie erg groot, tenminste in het tijdperk waarin het plaats vond. De familie Krupp bouwde haar imperium met heel veel macht, aanzien en rijkdom. En werd er uit de mijnbouw productie het ijzeren tijdperk, volledig in al zijn facetten uitgebuit: de stoomtijd, boten, treinen, landbouwmachines en niet te vergeten de oorlogsindustrie, wereldoorlog 1 en 2. Al deze producties kwamen van de fam. Krupp. Hoewel de fam. Krupp in de loop der jaren door gemengde huwelijken niet meer de macht kon vasthouden is er toch een stichting die het enorme kapitaal beheert en nog steeds actief is in de huidige economie. Ja, Hylanders, we hebben heel veel gezien in deze paar dagen. Ik moet bekennen dat het interessant, leuk was en dat mijn indruk over het Ruhrgebied ietwat is bijgesteld, dankzij de perfecte organisatie. Er was voor ieder wat aanwezig zoals: een indruk over de voormalige Duitse economie, de leuke plaatsen, met nog veelal aanwezige vakwerkhuizen, oude en moderne middenstand, en niet te vergeten het Hylanderconcept: heerlijk weer, lekker eten en spelletjes maakten deze dagen met een heerlijk glas federwein een erg leuke jaar afsluiting.
Ahoi!











 
Peter & Joke van Arendonk
Spijkenisse.